De ontwikkelingen in Box 3 zijn groot nieuws. Het belangrijkste thema? De belasting over fictief rendement op spaargeld en beleggingen. Recente uitspraken van de Hoge Raad hebben ervoor gezorgd dat het huidige systeem op losse schroeven staat. Inmiddels zijn er tijdelijke regelingen ingevoerd, kunnen belastingplichtigen onder voorwaarden hun werkelijke rendement aantonen en werkt de overheid aan een volledig nieuw stelsel. Het kabinet is zelfs van plan om per 1 januari 2028 een heffing op werkelijk rendement over vermogen in te voeren.
Wat betekenen deze en meer ontwikkelingen voor spaarders, beleggers en vastgoedbezitters? We delen de belangrijkste veranderingen die in 2026 en daarna plaatsvinden.
Wat is box 3?
Wie vermogen bezit, krijgt in Nederland te maken met box 3: het onderdeel van de inkomstenbelasting dat vermogen belast. Hieronder vallen onder andere spaargeld, beleggingen, rendement uit cryptovaluta en tweede woningen. Over dit vermogen betaal je belasting op het moment dat het boven het heffingsvrije vermogen uitkomt.
Jarenlang werd hierbij niet gekeken naar het daadwerkelijke rendement dat iemand behaalde. In plaats daarvan ging de Belastingdienst uit van een fictief rendement. Dat leidde vooral bij spaarders tot veel onvrede, omdat de werkelijke spaarrente vaak aanzienlijk lager lag dan het rendement waarover belasting moest worden betaald.
Waarom ligt box 3 onder vuur?
De discussie rondom box 3 bereikte een hoogtepunt in december 2021. In het zogenoemde Kerstarrest oordeelde de Hoge Raad dat de toenmalige belastingheffing in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De belasting werd namelijk gebaseerd op veronderstelde rendementen die veel belastingplichtigen in werkelijkheid niet haalden.
Vooral spaarders werden hierdoor benadeeld. Zij betaalden belasting over rendementen die op papier bestonden, maar niet daadwerkelijk werden gerealiseerd.
De uitspraak leidde ertoe dat de overheid maatregelen moest nemen om belastingplichtigen gedeeltelijk te compenseren.
Het rechtsherstel en de tijdelijke regeling
Na het Kerstarrest introduceerde de overheid een vorm van rechtsherstel. Daarbij werd een nieuwe berekeningsmethode gebruikt die onderscheid maakt tussen verschillende soorten vermogen, zoals spaargeld en beleggingen.
Hoewel dit systeem beter aansloot bij de werkelijkheid, bleef het gebaseerd op forfaitaire rendementen (fictieve rendementen). Met andere woorden: ook onder deze tijdelijke regeling werd niet gekeken naar het werkelijke rendement van een individuele belastingplichtige, maar naar verwacht rendement.
Nieuwe uitspraken zorgen opnieuw voor veranderingen
In 2024 kwam de Hoge Raad opnieuw met belangrijke uitspraken over de belastingheffing in box 3. Daarbij werd geoordeeld dat ook de tijdelijke herstelregeling in sommige situaties kan leiden tot een te hoge belastingheffing.
Volgens de Hoge Raad moet belastingplichtigen de mogelijkheid worden geboden om aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement waarmee de Belastingdienst rekent. Wanneer dat het geval is, mag niet meer belasting worden geheven dan over het daadwerkelijk behaalde rendement. Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor honderdduizenden Nederlanders met vermogen in box 3.
<h5>De tegenbewijsregeling</h5>
Om uitvoering te geven aan de uitspraken van de Hoge Raad werkt de overheid met een zogenoemde tegenbewijsregeling. Deze regeling biedt belastingplichtigen de mogelijkheid om aan te tonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het rendement dat de Belastingdienst heeft gebruikt voor de belastingberekening.
Voor veel mensen kan dit financieel aantrekkelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan:
- Spaarders die jarenlang nauwelijks rente ontvingen
- Beleggers die verlies hebben geleden
- Vastgoedbezitters met tegenvallende resultaten
- Personen met een sterk dalende beleggingsportefeuille
Wanneer het werkelijke rendement lager blijkt te zijn, kan dit leiden tot een vermindering van de belasting of zelfs een teruggaaf.
Wat wordt gezien als werkelijk rendement?
Een belangrijk aandachtspunt is dat het begrip ‘werkelijk rendement’ breder is dan veel mensen denken. Het gaat niet alleen om ontvangen rente of dividend, ook waardeveranderingen van bezittingen spelen een rol. Dat betekent dat zowel stijgingen als dalingen van de waarde van bijvoorbeeld aandelen, beleggingsfondsen of vastgoed kunnen meetellen.
Hierdoor kan het verzamelen van de juiste gegevens behoorlijk complex zijn. Voor sommige belastingplichtigen zal het nodig zijn om meerdere jaren aan financiële gegevens in kaart te brengen om het werkelijke rendement correct te berekenen.
Op weg naar een nieuw box 3-stelsel
De voortdurende discussies en rechtszaken hebben duidelijk gemaakt dat de huidige oplossing niet voldoet. Daarom werkt de overheid aan een volledig nieuw box 3-stelsel. Het uitgangspunt van dit nieuwe systeem is dat belasting wordt geheven over het werkelijke rendement in plaats van een fictief rendement. Daarmee moet de belastingheffing beter aansluiten bij de financiële werkelijkheid van belastingplichtigen.
De beoogde invoeringsdatum van dit nieuwe stelsel is momenteel 1 januari 2028. Tot die tijd blijven de tijdelijke regelingen en overgangsmaatregelen van kracht.
Kritiek op het nieuwe stelsel
Nog voordat het nieuwe box 3-stelsel door de Eerste en Tweede Kamer is geloodst, is al sprake van kritiek. De kritiek richt zich vooral op de voorgestelde vermogensaanwasbelasting. Met deze belasting wil de overheid rendement belasten zodra vermogen in waarde stijgt, ook wanneer die winst nog niet daadwerkelijk is gerealiseerd. Dat roept veel vragen en zorgen op bij beleggers, economen en belastingexperts.
In het nieuwe stelsel zouden belastingplichtigen belasting moeten betalen over zogenoemde ‘papieren winst’. Denk bijvoorbeeld aan aandelen of vastgoed die in waarde stijgen, maar nog niet zijn verkocht. In dat geval is er op papier sprake van rendement, terwijl de belastingplichtige het geld nog niet daadwerkelijk heeft ontvangen. Hierdoor kunnen beleggers geconfronteerd worden met een belastingaanslag zonder dat zij over voldoende liquide middelen beschikken.
Rente-op-rente-effect
Daarnaast kan jaarlijkse belastingheffing over waardestijgingen het rente-op-rente-effect aantasten. Juist doordat rendement opnieuw kan worden belegd, kan vermogen op lange termijn groeien. Wanneer jaarlijks belasting moet worden betaald over nog niet gerealiseerde winst, blijft er minder vermogen over om opnieuw te investeren. Dit kan de vermogensopbouw op de lange termijn vertragen.
Ook bestaan er zorgen over de manier waarop verliezen worden verrekend. Bij beleggingen kunnen waardestijgingen en waardedalingen elkaar afwisselen. Critici vrezen dat winsten direct worden belast, terwijl het verrekenen van verliezen in de praktijk ingewikkeld of beperkt kan zijn. Een duidelijke en evenwichtige regeling voor verliesverrekening is daarom essentieel.
Onbalans box 2 en box 3
Tot slot wijzen experts op het mogelijke verschil tussen box 2 en box 3. In box 2 worden inkomsten uit een aanmerkelijk belang, zoals dividend uit een eigen bv, doorgaans pas belast wanneer deze daadwerkelijk worden uitgekeerd. Als box 3 daarentegen uitgaat van belasting over jaarlijkse waardestijgingen, kan dit ertoe leiden dat beleggers hun vermogen vaker onderbrengen in een beleggings-bv. Daarmee zou een ongelijk speelveld kunnen ontstaan tussen particuliere beleggers en beleggers via een vennootschap.
Kortom: hoewel het nieuwe stelsel bedoeld is om de belastingheffing beter te laten aansluiten bij het werkelijke rendement, roept de gekozen uitwerking nog veel discussie op. Vooral de belastingheffing over niet-gerealiseerde winst, de gevolgen voor vermogensopbouw, de verliesverrekening en het mogelijke verschil met box 2 zijn belangrijke aandachtspunten.
Wat kunt u nu doen?
Voor mensen met vermogen in box 3 is het verstandig om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Controleer eerdere belastingaanslagen, bewaar relevante financiële gegevens en onderzoek of de tegenbewijsregeling voor u interessant kan zijn.
Met de komst van een nieuw belastingstelsel en de mogelijkheid om het werkelijke rendement aan te tonen, kunnen de financiële gevolgen aanzienlijk zijn. Een goede voorbereiding kan daarom veel voordeel opleveren.
Wat gebeurt er de komende jaren in box 3?
De ontwikkelingen rondom box 3 volgen elkaar in hoog tempo op. Na meerdere uitspraken van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat belastingheffing op basis van fictieve rendementen niet houdbaar is. Daarom krijgen belastingplichtigen steeds meer mogelijkheden om hun werkelijke rendement aan te tonen en werkt de overheid aan een nieuw stelsel dat beter aansluit bij de werkelijkheid. Maar, dat zou volgens belastingplichtigen dan wel moeten gaan om daadwerkelijk ‘verzilverde’ rendementen.
Wil je meer weten over de ontwikkelingen in box 3 of heb je advies nodig? Neem dan contact op met de specialisten van Pollux Adviesgroep. We helpen je graag.